Over moreel contractualisme
Volgens het utilitarisme dient men dusdanig te handelen dat het geluk voor de meeste mensen wordt gemaximaliseerd. Wij mogen klein lijden van velen optellen en afwegen tegen groot lijden van enkelen. Deze felicifische calculus kan erin resulteren dat een individu moet lijden voor de massa. In moraalfilosofie heet dat het principe van aggregatie.
Thomas Scanlon illustreert de nadelen van aggregatie aan de hand van een voorbeeld: “Jones heeft een ongeluk gehad in een TV-uitzendingsruimte en krijgt verschrikkelijk pijnlijke elektrische schokken. Als we de elektriciteit uitschakelen, zullen miljarden kijkers het laatste halfuur van de wereldkampioenschappen missen.” Alhoewel kwantitatief hedonisme anders concludeert, is men doorgaans geneigd dat het onacceptabel is om de stroom aan te laten.
Scanlon argumenteert dat er meerdere redenen zijn om morele argumenten te kunnen afwijzen. Niet alleen het geluk van de massa doet ertoe. Mensen hebben bijvoorbeeld de drang om hun handelen redelijkerwijs te kunnen rechtvaardigen voor andere mensen. In een moreel conflict moet men zich afvragen welke oplossing “niemand redelijkerwijs kan afwijzen als een basis van geïnformeerde, ongedwongen consensus.” Aangezien kijkers niet redelijkerwijs van Jones kunnen verlangen dat hij de schokken doorstaat, stookt Scanlons contractualisme meer met onze intuïtie.
Toch heeft het contractualisme ook nadelen. Er is geen oplossing voor teveeleisendheid (‘over-demandingness’) van de wereld. Hoe kunnen we drie COVID19-patiënten voorzien van medicatie met twee doses op voorraad? Scanlon neemt zonder meer aan dat er altijd een oplossing is waarmee iedereen redelijkerwijs zal instemmen. Dat zou betekenen dat de wereld inherent harmonieus is opgesteld. Daarnaast is het niet altijd mogelijk om de consensus te onderzoeken. Als de drie patiënten in coma liggen, is er geen conversatie mogelijk. In dat geval is het contractualisme een onpraktische theorie.
Meer essays