Over hollen en stilstaan

Dit essay was mijn antwoord op een tentamenvraag van de studie filosfie: Bespreek de stelling “Bij broos leven hoort broos denken, broos handelen en broos behandelen.”

“Fortuna heeft hetzelfde te zeggen over slaven als over vrije mensen.”, dixit Seneca. “Sic cum inferiore vivas, quemadmodum tecum superiorem velis vivere. ” (Benader een lagere zoals u zou willen dat een superieure u benadert.) Het is een van zijn wijze zinnen waarin hij oproept tot gepaste bescheidenheid. Geen mens staat wezenlijk hoger dan een ander mens. Het was een boodschap die de onoverwinnelijke Romeinen moest bedaren, opdat ze zich niet tot ὕβρις (hybris: overmoed) lieten verleiden.

Ik liep ooit mee met een traumachirurg die Seneca niet begreep, hoewel hij uitstekend Latijn sprak. Ik kan mij herinneren hoe hij in onbegrijpelijke termen een behandelplan voorstelde: “Een transabdominale, preperitoneale techniek voor bilaterale reparatie onder algehele anesthesie, lijkt u dat ook een goed idee? ” De patiënt ervoer eigenlijk alleen een annunciatie van een in wit geklede aartsengel. Wie zegt nee tegen de goddelijke boodschap van deze traumachirurg?

Vervolgens blafte de chirurg naar zijn coassistenten. Uit tragische verhalen blijkt dat er fouten worden gemaakt, doordat specialisten geen kritiek van inferieuren dulden. Het zou deze chirurg goed doen om op een rustige dag zijn smetteloze doktersjas aan de kapstok te laten en zichzelf te overpeinzen. Is hij wezenlijk meer dan de coassistent, of de schoonmaker van zijn toilet?

De Romeinse keizers vierden een formidabele overwinning met een triomftocht. De zegevierende gezagvoerder kreeg van de senaat een met lauweren omwikkeld verslag van zijn daden, de literae laureatae. Bij uitzondering mocht zijn leger in optocht door de Roomse straten worden bejubeld, terwijl hij een purperen toga droeg.

Wij weten, net als Seneca, wat hoogmoed met een imperator doet. De klassieke mythologie is doorspekt met Icarus-achtige afstraffingen van overdreven zelfvertrouwen. “Hooghartigheid gaat vooraf aan ellende, hoogmoed komt voor de val”, luidt de Bijbelspreuk. Tijdens de triomftocht stond daarom een slaaf achter de gezagvoerder met als enige taak om de zin “memento te hominem esse” te herhalen: onthoud dat je slechts een mens bent.

Wie zegt deze chirurg dat hij sterfelijk is? Dertig jaar geleden heeft hij na de coschappen zijn literae laureatae in ontvangst genomen. Sindsdien heeft hij nimmer achteromgekeken in de medische hiërarchie. Waarom zwijgt men op zijn operatiekamer? Waarom roept niemand hem op om te twijfelen? Waarom laten we deze chirurg in dezelfde waan als Icarus, Tantalus en Pentheus? Het antwoord is dat deze chirurg formidabel opereert. Hij redt levens met zijn intuïtieve, ietwat hoogmoedige besluitvorming.

Sommige artsen kunnen beter niet horen dat ze feilbaar zijn. Hoe korter de doktersjas, hoe minder ruimte voor reflectie. De jas van een internist hangt enkele centimeters boven de vloer. Internisten hoeven namelijk nooit te rennen. Zij reflecteren op hun laboratoriumwerk. Het zijn de denkers onder de artsen. Daarom zullen zij de bescheiden inbreng van een coassistent (lees: slaaf) waarderen. De internist weet het soms zelf niet.

De jas van een traumatoloog, daarentegen, stopt ter hoogte van de heup. Traumatologen moeten kunnen hollen. Voor een goede behandeling hebben ze daadkracht nodig, geen tijdrovend geweifel van een coassistent die op zijn sterfelijkheid reflecteert. Sommige chirurgen hebben niet eens tijd voor witte jassen. De assistenten kleden chirurgen ter plaatse in groene schorten, zodat zij zelf kunnen focussen op het operatieplan. Het is de enige manier om acuut gevaar adequaat te behandelen.

De adagia van Seneca zijn mooi, evenals het broze behandelen van de internist. Maar het Romeinse rijk had redenen om imperatores te lauweren. Zoals een gezagvoerder misschien de ogen sluit voor gevaren aan het front, moet een chirurg zich wellicht soms laten verblinden door hoogmoed om de juiste besluiten te durven nemen. Zolang zijn slaven een oogje in het zeil houden, prijs ik mij gelukkig met een goddelijke behandelaar.

Meer essays